Is CCSK (Certificate of Cloud Security Knowledge) de juiste training voor u?

Veel mensen stellen me deze vraag, daarom heb ik deze vragenlijst samengesteld. Hier volgen enkele vragen die u na afloop van de CCSK training zou moeten kunnen beantwoorden. Als u denkt de antwoorden nu al te weten, dan is deze cursus waarschijnlijk wat te eenvoudig voor u. Zie verderop voor een overzicht van de voorkennis die we in de cursus aannemen.

  1. Wat zijn de essentiële karakteristieken van cloud computing?
  2. Noem enkele technieken om publieke cloud instances te beveiligen.
  3. Welke ‘third party’ risico beheersingspraktijken zou u moeten toepassen bij uw cloud providers?
  4. Hoe verschilt cloud computing van outsourcing?
  5. Waar moet u eerst naar kijken in een SAS 70 Type II of SSAE 16 audit verklaring?
  6. Wat zijn de zes fases van de ‘data security lifecycle’?
  7. Welke praktijken zijn behulpzaam in het ‘porten’ (overzetten) van platform as a service toepassingen?
  8. Hoe kunnen cloud providers het risico van misbruik door insiders minimaliseren?
  9. Hoe kan een klant voorspellen of de prestaties en beschikbaarheid van een cloud provider voldoen aan de dienst niveau overeenkomst (SLA)?
  10. Wat zijn belangrijke factoren die de veiligheid van toepassingen verbeteren in Infrastructure as a Service (IaaS) omgevingen?
  11. Hoe kan sleutelbeheer worden gebruikt om cloud providers er van te weerhouden om onrechtmatig klant data te bekijken?
  12. Welke belangrijke standaarden zouden moeten worden overwogen teneinde de identiteitsbeheer systemen van klanten te federeren met die van cloud providers?
  13. Waarom onttrekt communicatie tussen verschillende virtuele machines in een private cloud omgeving vaak traditionele security monitoring systemen?

Hier volgt basiskennis die een voorwaarde is om succesvol de CCSK training te volgen. Als deze vragen te eenvoudig lijken, voldoet u aan de voorwaarde.

  1. U kunt voorbeelden geven van computerhardware.
  2. U heeft een basisbegrip van gegevensversleuteling (encryption).
  3. U heeft iets gehoord over de beloften van cloud computing.
  4. U weet dat e-mail, tekstverwerking, ERP en CRM computertoepassingen zijn.
  5. U kunt enkele verschillende webbrowsers benoemen.
  6. U weet dat Windows en Linux besturingssystemen zijn.
  7. U weet het verschil tussen een website en een server.
  8. U kunt globaal beschrijven wat een software-ontwikkelaar doet.
  9. U heeft enige ervaring in internetgebruik.
  10. U begrijpt de basisverschillen tussen een processor, een harde schijf en het netwerk.
  11. U gebruikt computers in uw werk.
  12. U kunt enkele van de taken van een IT-afdeling beschrijven.

Wilt u meer weten over de cursus of u direct aanmelden? Ga nu naar deze pagina.